Skip links
Ina Adema

Werken in een imposant icoon

Share

Ze mag ‘haar’ huis het grootste huis van ’s-Hertogenbosch noemen. Maar … dat is dan ook het provinciehuis. Daar voelt commissaris van de Koning Ina Adema zich  helemaal thuis. Een grote provincie, met niet minder dan 56 gemeenten, rechtvaardigt een groot gebouw én een bijpassende organisatie. Niet voor niets omschreef zij op voorhand haar functie als ‘een droombaan’. Een gesprek over die baan én over dat bijzondere huis.

Het is wat ze aan de overkant van de plas een landmark zouden noemen, een absoluut in het oog springend gebouw, een blikvanger. Het 103,5 meter hoge Provinciehuis van Noord-Brabant staat direct aan de A2, werd ontworpen door architect Huig Maaskant en is niet minder dan 103,5 meter hoog. Het is zeker niet de eerste kennismaking van Ina Adema (57) met Brabant. Ze was sinds 2009 gedurende 7,5 jaar burgemeester van  de gemeente Veghel. Daarna werd ze benoemd tot burgmeester in Lelystad, waar ze ruim 4 jaar actief was. Die plek verliet ze, voor wat ze als een droombaan omschreef. Ze  werd op 1 oktober 2020 benoemd tot Commissaris van de Koning … in Noord-Brabant. “Ik was in Lelystad nog niet klaar, maar toen kwam Brabant langs”, bekent ze. “Wij wilden wel terug naar Brabant, hadden zelfs nog een appartement in Den Bosch.” 

Ze besefte ook dat de kans om Commissaris van de Koning te worden niet zó vaak voorbij komt. “Dan doe je het dus, of je doet het niét.” Het werd die eerste optie. Ze voelt zich – opnieuw – helemaal thuis in de provincie. “Brabant verbindt een aantal zaken, waar ik op aansla”, beseft ze. Ze roemt het innovatieve, maar ook de gemeenschapszin. “Sámen bestaat hier nog steeds, op allerlei verschillende plekken: van dorpen tot Brainport.” Ze geniet van die verbinding, zeker in combinatie met het Bourgondische, dat de provincie zo kenmerkt. “We weten hier wel hoe we een feestje moeten vieren”, stelt ze met een glimlach. Bij die variëteit aan feestjes mag zij regelmatig van de partij zijn.

‘Clubhuis’

Het provinciehuis is, in tegenstelling tot wat men wel eens denkt, niet de woning van de commissaris. “Thuis wordt het wel eens ‘mijn clubhuis’ genoemd”, zegt ze met een kwinkslag. “Maar het is het huis van ons allemaal, van Brabant.” Ze lepelt op dat het Noordbrabants Museum ooit provinciehuis was. “Daar woonde de commissaris destijds ook. Dat is niet meer van deze tijd.” Ze trekt zich na een vaak lange werkdag dan ook terug onder de rook van de stad, in het dorp Haarsteeg. “Het is wel een voorrecht om hier te mogen werken”, klinkt het. “Iedereen heeft ook wel een mening over het gebouw,. De één vindt het mooi, een ander lelijk.” Vrij recent stond er nog een immens dino-skelet opgebouwd in de hal. Dat trok volop publiek. De grootste trekpleister is en blijft echter de atoomkelder, onder het gebouw. “Dat merken we tijdens de jaarlijkse open dag.”

Het uitzicht vanaf de 23ste verdieping is iconisch. “Van daaruit kun je, bij helder weer, Tilburg, Eindhoven en de Amercentrale zien”, klinkt het enthousiast. Adema geniet ook van de hoeveelheid kunst, die in het provinciehuis te bewonderen valt. Ze beseft dat al die elementen bijdragen aan de bijna mythische status van het gebouw. “Dit is geen gebouw waar je zómaar naar binnen loopt. Het is best imposant. Toch worden er allerlei evenementen georganiseerd, waarmee de mogelijkheid wel degelijk bestaat om hier binnen te komen. Wat ik zelf bijvoorbeeld heel leuk vind, is de Sleuteldragersborrel, waarbij alle Prinsen Carnaval te gast zijn.”

Ambtsbezoeken

Vanzelfsprekend is de commissaris van de Koning niet de enige vertegenwoordiger van de  provincie in het provinciehuis. “De provincie is het middenbestuur”, verduidelijkt ze. “Je komt eerst bij de gemeente, later pas bij het Rijk. Wij hebben een heel andere rol richting bedrijven, ondernemingen en stichtingen, om maar wat te noemen.” Er werken zo’n 1500 ambtenaren voor de provincie. Tel daarbij ook nog de politieke fracties en het zal duidelijk zijn dat er heel wat mensen het gebouw in en uit lopen. Anema is vanuit haar functie voorzitter van het college van Gedeputeerde Staten en van Provinciale Staten, fungeert als Rijksorgaan en legt ambtsbezoeken af. Daarbij zoekt ze het contact met de Brabantse burger graag op. 

“ik ben geland in Brabant”, meldt ze wellicht ten overvloede. Het is onze, nee: mijn provincie geworden.” In haar periode in Veghel was ze al voorzitter van de Vereniging van Brabantse Gemeenten. “Maar ik zie nu veel méér van Brabant, dan ik als burgemeester ooit heb gekund. Je komt in álle gemeenten.” Dat zijn er niet minder dan 56. “Daardoor krijg je een veel bredere blik op onze provincie.” Ze komt regelmatig in Brussel en Den Haag, om de provinciale belangen te behartigen. “Ja, mijn werk is heel erg afwisselend.” Zo worden er ook tegelmatig gasten uit het buitenland of ambassadeurs ontvangen. “Ach, ik ben als Commissaris ook wel ambassadeur voor Brabant”, stelt ze vast.

Herbenoeming?

Ze is voor een periode van 6 jaar benoemd als commissaris van de Koning. Die periode loopt in 2026 af. Daarna volgt mogelijk herbenoeming. “Een groot deel van mijn werk vindt niet op deze plek plaats. Op maandagen en dinsdagen ben ik hier het meest.” Ina Adema voelt zich overduidelijk thuis in het provinciehuis én niet te vergeten in Brabant. Ze laat zich graag zien in de provincie, of het nu bij de Dodenherdenking in Vught of bij de Brabantse Dag i Heeze is. “Met alle uitnodigingen die ik krijg, zou ik een dag meerdere malen kunnen vullen.” Tot besluit van het gesprek wil ze de strofe die Guus Meeuwis over de provincie zong wel op haar eigen manier afmaken: “Dan denk ik aan Brabant. Daar brandt het licht niet voor niets. Licht is warm, verbindend en positief.”

 —

Dit is een artikel uit DB Magazine Najaar 2025. Het volledige magazine is hier te lezen.