Skip links
Lucas de Waard

AI is het asbest van nu

Share

Wie het cv van Lucas de Waard doorbladert zal vrezen dat Den Bosch voor deze jongen snel te klein wordt. Hij schreef o.a. de BNNVARA-Serie ‘Deep shit’, en Ten Minste Houdbaar Tot, de bioscoopfilm Invasie, werkte aan verschillende toneelproducties, won een musical-award met ‘Willem Ruis: de show van zijn leven’ én zette tussendoor ook nog eens 3 romans op zijn naam. Toch woont hij in een bescheiden huurwoning ergens in de Bazeldonk waar hij krap een jaar geleden samen met zijn vriendin is neergestreken. En zoals het er nu naar uitziet is hij niet van plan om snel weg te gaan.  

“Ik ben erg blij met deze plek. Kopen was wel een optie maar dan kregen we écht niks vergelijkbaars met wat we nu hebben. En dit is een knus huis. Genoeg ruimte ook om een aantal jaren mee vooruit te kunnen.” 
Ook zonder sterallures is het duidelijk dat De Waard zijn hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt. Toch heeft hij geen specifiek overkoepelend plan voor zijn loopbaan. Wél ambíties.
“Succes is relatief. De 19-jarige Lucas zou het geweldig vinden als hij hoort waar ik als 41 jarige Lucas sta. Maar dat al niet gelden voor de 54-jarige Lucas. Ik zou bijvoorbeeld nog heel graag écht een eigen tv-serie maken. In film- en tv-land begint je meestal in opdracht. Pas als je eenmaal binnen bent kan er ruimte ontstaan voor eigen ideeën”

 

Schrijver

Plan of niet, dat De Waard schrijver zou worden was al vroeg duidelijk. Veel keus had hij ook niet. 
“Ik paste niet binnen het schoolsysteem. Ik deed echt wel mijn best maar als ik iets niet leuk vond lukte het me gewoon niet. Ik trok me op aan de schoolmusical en bandjesavonden maar voelde me nooit écht op mijn plek. Totdat ik op mijn 15e ging schrijven voor de schoolkrant. Ineens kreeg ik een podium waar mijn rare hersenspinsels wél werden gewaardeerd. Toen wist ik waar ik thuishoorde.”

Na de middelbare school melde De Waard zich aan voor de opleiding Writing for Performance aan de HKU, waar hij in 2009 afstudeerde. Daarna volgde zijn carriere een waar slingerpad
“Ik had me twee dingen voorgenomen; ik ga me niet vastpinnen op één discipline én ik wil van schrijven kunnen leven.”
De Waard blijkt een uitzondering in zijn diversiteit. De meeste van zijn collega’s specialiseren zich. Die houden het bijvoorbeeld puur bij schrijven voor film, of richtten zich alleen op literatuur. Ergens heb ik bewondering voor die focus. Maar ik zou dat zelf onmogelijk kunnen. Ik hou te veel van alle genres. Bovendien biedt het me meer mogelijkheden. Ik ben officieel afgestudeerd als theaterschrijver. Als ik me alléén daarbij had gehouden had ik ongetwijfeld ook een baan gehad in een café of bibliotheek.”

Weinig kieskeurig

Dat hij de eerste 8 jaar weinig kieskeurig was heeft hem overigens nooit in de weg gestaan. Sterker nog, het heeft hem juist een hoop opgeleverd. 
“De klus voor de Willem Ruis-musical pakte ik aan, puur om mijn huur te betalen. Ik had nog nooit een musical geschreven maar ik was wel benieuwd. En het betaalde goed. Uiteindelijk heb ik er een musical award mee heb gewonnen en is het werk geworden waar ik ontzettend trots op ben.” Toch is De Waard blij dat hij tegenwoordig ook ‘nee’ kan zeggen. Maar de verscheidenheid in zijn werk blijft. Al was het maar omdat het zoveel moeite heeft gekost om bij al die verschillende disciplines binnen te komen. 

“De werelden van theater, literatuur en film & tv zijn geen communicerende vaten. Ik dacht, die sectoren houden elkaar wel in de gaten. Maar dat bleek niet zo. Het zijn eilandjes op zich waartussen ik zelf de brug moest slaan. Natuurlijk leerde ik als theaterschrijver op den duur ook romanschrijvers kennen. Maar geen uitgevers, en die zijn cruciaal.”

De Waard schets een verzadigde literatuursector met een overschot aan titels. Hierdoor heeft het al lang geen zin meer om zomaar een manuscript naar een uitgeverij te sturen.  De beste manier om jezelf bij een uitgever in de kijker te spelen is jezelf presenteren op podia of de socials. Het liefst al met een flink blik volgers.” Het is een fenomeen waar De Waard zijn bedenkingen bij heeft. Op zijn minst wens hij een middenweg tussen marketing en schrijftalent. Desalniettemin wist hij met optredens op verschillende literaire festivals en zijn aanwezigheid op social media de juiste mensen te bereiken. 

“Ik was al zichtbaar met korte verhalen en columns op het net. Daarnaast greep ik elke mogelijkheid aan voor een podium op kleine en grote festivals. Uiteindelijk ben ik op het Geen Daden Maar Woorden-festival opgepikt door iemand van uitgeverij De Geus. Hierdoor kon ik rond 2012 van start met mijn eerste boek.” 

 

Film & tv

De weg naar film & tv was nóg moeilijker. Van alle sectoren bleek deze het meest gesloten. Maar na lang netwerken en vele afwijzingen werd zijn geduld uiteindelijk beloond. “Ik mocht ineens inspringen als vervangend scenarist voor een serie. Omdat film en tv een enorm cv-gedreven wereld is en ik hier belangrijke credits voor kon pakken ging de deur ineens op een kier. En die kans heb ik benut.”
Op de vraag hoe hij, als schrijver met open deuren en zonder plan, kijkt naar de toekomstige technologische ontwikkelingen reageert hij nuchter. 

“Ik ben minder bang voor ai dan de meesten. Oh, we zullen er zeker veel last van krijgen hoor! Er doen momenteel een hoop mensen enorm hun best om ons ervan te overtuigen dat we ingewisseld kunnen worden voor ai. En dat zal ook voor een deel gebeuren. Maar uiteindelijk zullen die bedrijven merken dat ai helemaal niet zo goed ons werk kan doen en dat zal een hoop rotzooi geven.

Ai nu, is als asbest vroeger: Het wordt als ogenschijnlijk wondermiddel overal ingepropt waarna de toekomstige generaties jaren bezig zullen zijn om het overal weer uit te slopen. Ik zie de gevaren eerlijk gezegd meer komen vanuit de toekomstige politiek. Natuurlijk hoop ik van harte dat de cultuursector over 10 jaar bruist als nooit tevoren maar ik vrees dat we hele moeilijke tijden tegemoet gaan. Want wat als er straks geen filmfonds meer is? Of dat er vanuit de politiek restricties komen met betrekking tot de inhoud van teksten? Want al schrijf ik met een open blik, mijn werk blijft doorvlochten met mijn politieke visie. Dat is een vrijheid die ik mezelf als schrijver permitteer.

En als we straks om wat voor reden ook opgescheept zitten met een aartsconservatieve NPO, waarin alles moet gaan over het gezin als hoeksteen van de samenleving, dan weet ik niet of ik daar nog wel voor zou willen schrijven.”

Dit is een artikel uit DB Magazine Najaar 2025. Het volledige magazine is hier te lezen.