Skip links
museum

Bossche bol met Relinde van der Wiel

Share

Ze ging weg uit Brabant om haar horizon te verbreden maar woont alweer vijf jaar in Den Bosch. Terugkeren paste bij dit stadium in haar leven. En ze is teruggekomen vanwege de gemoedelijkheid, het knusse dat hier nog te vinden is. Relinde van der Wiel (61) werkt nu op, vindt ze zelf, een van de mooiste plekken in de stad.

De geur als je binnenkomt in het mooie oude pand aan een van de sjiekste straten, de Verwerstraat, die geur van verf als er een nieuwe tentoonstelling is… Het tovert altijd een glimlach op haar gezicht. Het gebouw is al zo prachtig en dan met die heerlijke binnentuin… 

Maar ook vindt ze er de contacten met mensen van over de hele wereld en kan ze zich dagelijks uitleven in het Spaans, Frans, Engels of Duits. Als museumhost in Het Noordbrabants Museum heeft ze twee functies: een warm welkom heten aan de bezoekers en daarnaast helpen als er problemen zijn.

Relinde van der Wiel is geboren in Oss en woonde daar de eerste achttien jaar van haar leven. Toen ging ze Spaans studeren in Utrecht, gaf een tijdje les maar ging al gauw bij de gemeente Utrecht aan de slag op de afdeling burgerzaken. Ze registreerde buitenlanders in het bevolkingsregister; asielzoekers, maar ook studenten en expats. Daarna verhuisde ze naar Den Haag en werkte twintig jaar in de communicatie bij die gemeente. Zo was ze perswoordvoerder, gaf ze voorlichting over gemeentelijke zaken en beheerde ze de website. 

Willemspoort is een parel

Op zoek naar een woonplek in Brabant belandden ze in de Willemspoort en waren meteen verkocht. “Dit is zo’n onontdekte parel”, zegt Relinde. “Vroeger kwam je niet in dit deel van de stad, toen was het geen goede buurt. Nu is het compleet anders. Het bruist, er zijn veel studenten en expats te vinden. Het is een geslaagd stukje stadvernieuwing. En het is een enclave tussen het stadscentrum, met de klokslagen van de Sint-Jan, en de natuur van De Gement. Een knus groen hart met als horecagelegenheid de KASerne, een hotel, restaurant en café met gezellig terras.”

Dat Den Bosch erg populair is geworden in de loop der jaren, is meteen ook haar grootste zorg. “Ik vrees dat het té druk wordt en dat de stad daardoor haar ziel kwijtraakt. Dat gemoedelijke, waar iedereen elkaar gedag zegt. Vroeger had ik daar geen behoefte aan, nu waardeer ik het en hoop ik echt dat het zo blijft. Dat Den Bosch niet aan zijn eigen succes ten onder gaat, zoals helaas met toeristische trekpleisters wel gebeurt. Je wilt toch niet met een tijdslot gaan werken, of quota, of dat een bezoek iets elitairs wordt! Hoe dit te voorkomen is, weet ik ook niet, maar we moeten er alert op zijn.”

Van hospitality tot beveiliging

Vrij snel nadat ze in Den Bosch kwam wonen, solliciteerde ze op de baan bij het museum. “Het is heel leuk. Afwisselend werk, een team van twintig mensen, jong en oud. We wisselen elk half uur van rol. Er zijn zes rollen, die hebben te maken met hospitality tot en met beveiliging. We zijn er voor het publiek, maken ze wegwijs bij evenementen, ontvangen schoolklassen en houden samen met beveiliging in de gaten dat alles ordelijk en veilig verloopt en dat de kunst onaangeraakt blijft. Als er klachten zijn, proberen we daar zo goed mogelijk mee om te gaan.”

Uiteraard moet je voor zo’n functie uitstekend op de hoogte zijn van de inhoud van de tentoonstellingen. Dat komt goed uit voor Relinde, want kunst is altijd haar hobby geweest, ze heeft zelfs toentertijd in Utrecht ook een jaar kunstgeschiedenis gestudeerd. De museumhosts krijgen  voor de opening van de expositie een preview met uitleg, soms van de kunstenaar zelf.

“Wat ook leuk is, is dat het museum sinds anderhalf jaar een woonhuis heeft, waar een kunstenaar tijdelijk kan verblijven als artist in residence. Soms schilderen ze zelfs ook hier in het museum. Ik vind het altijd inspirerend om kunstenaars te ontmoeten.” 

Logeren bij oma

Toen ze nog in Oss woonde, kwam Relinde al wekelijks in Den Bosch. Om te winkelen, het theater of museum te bezoeken en natuurlijk om te logeren bij haar oma aan de Van de Does de Willeboissingel. “Zij was ongelofelijk modern en ruimdenkend en je kon enorm met haar lachen.”

“Een van mijn dierbaarste herinneringen is dat we altijd om de hoek bij De Groot twee ‘sjekladebollen’ gingen halen. Echt een traktatie met die heerlijke pure chocoladefondant. Dat vind ik het lekkerste van de bol. ’s Avonds deelden we er dan één, zodat we de volgende dag nog ieder een helft hadden om samen op te peuzelen. Prima, want een hele vind ik altijd wel erg veel en als je hem doormidden snijdt, kun je hem ook makkelijker uit de hand eten.”

Tegenwoordig eet ze ongeveer eens in de twee maanden een bol. “Als er bezoekers komen, vragen ze er altijd om. Museumbezoekers vragen er ook om. Daarom verkopen we ze al heel lang in de brasserie. Dat gaat altijd hard, het is de kunst om de goede hoeveelheid te bestellen. De winkel van De Groot is nu een attractie op zich. Ik vind het knap dat het recept van de echte bol nog steeds geheim is. De sjekladebol is een commercieel item geworden, een symbool van de stad. Dit maakt het uniek. En dat moet vooral zo blijven.”

Tekst: Meike van der Flier  Foto’s: Thomas Segers

Dit is een artikel uit DB Magazine Voorjaar 2026. Het volledige magazine is hier te lezen.